Iedereen moddert maar wat aan

Mijn Britse Korthaar, Wizzy, is momenteel krols. Minimaal tien keer per half uur galmt er een naar katerpiemel verlangende klaagzang door het huis. Terwijl ik aan het schrijven ben penetreren de onophoudelijke wanhoopsklanken mijn trommelvliezen. ‘Mi-auw, mi-auw, mi-auw, mi-auuwww.’ Ja nu weten we het wel, tu-auw mi gato. Het kleine bolletje pluis werkt als sinds 7 uur ’s ochtends op mijn zenuwen als iemand die een stuk kaas zo ver uitholt dat je ermee door de Amsterdamse grachten kunt varen. Het zet me aan het denken. Als een krolse kat deze frustraties al in me losmaakt, hoe moet dat dan als ik nachtenlang wakker gehouden wordt door een baby.

Een foto van toen ze nog niet krols was, als reminder aan mezelf om haar nu niet per direct naar het asiel te sturen

Toen mijn moeder 26 was, werd ik geboren. Als Zowie Zep van den Goorbergh zag ik met 3843 gram het levenslicht. Destijds woonde ze samen met mijn vader in een koophuis vlakbij het station van Breda. Mijn ouders hadden een hypotheek, een Fiat Panda, en allebei vaste banen. Op mijn leeftijd stonden ze aan het begin van een uitgestippeld verhaal. Beetje bij beetje werkten ze toe naar het klassieke ideaal van huisje-boompje-beestje. En daar zit ik dan: in mijn onderbroek met een krolse kat naast me GTA te spelen.

Bij de gedachte aan een klassiek volwassen leven zoals mijn ouders dat leiden, bekruipt me een onbestemd gevoel. Als kinderen of een koopwoning mijn gedachte passeren, steigeren mijn nekharen. Ik heb geen auto, geen hypotheek en ik ben niet getrouwd. Niets wijst erop dat ik ook maar aan de vooravond van het ‘grote mensen leven’ sta. Ik ben tevreden met mijn afgetrapte herenfiets, heb genoeg aan mijn sociale huurwoning nabij het centrum, en wil mijn vriendin voorlopig nog als ‘huisgenoot’ aan anderen kunnen introduceren. Voorlopig ben ik nog niet klaar voor het volwassen leven en ik ben daar volledig oké mee.

In de ogen van mijn ouders modder ik maar wat aan. Volgens maatschappelijke maatstaven modder ik waarschijnlijk ook maar wat aan. Als hoogopgeleide moet je voldoen aan een bepaald beeld dat de samenleving heeft geschetst. Er heerst een norm die zegt welke kansen er voor je liggen en hoe je deze kansen moet benutten. En als je niet aan deze norm voldoet, dan modder je blijkbaar maar wat aan. Maar wie of wat is die norm? En waarom mogen zij bepalen dat je maar wat aanmoddert?

Laat me lekker

Normaal?

“Weet je wanneer ik het aller trotst ben geweest op jou jongen? De dag dat je vertelde dat je ging starten als vuilnisman.” zei mijn opa een keer tegen me. Toen ik na mijn afstuderen geen baan kon vinden, besloot ik niet bij de pakken neer te gaan zitten. Ik wilde mezelf nuttig te maken. Het maakte me niet echt uit hoe. Dus ik startte bij de afvalservice – als vuilnisman. Of het normaal was? Grote kans van niet. Maar na vier jaar in de collegebanken te hebben gezeten, wilde ik mijn bijdrage leveren aan de samenleving.

Onlangs zat ik weer in hetzelfde schuitje. Nu met twee jaar werkervaring op zak was ik op zoek naar een nieuwe baan. In een gesprek met mijn opa vertelde ik erachter te willen komen wat ik uit mijn carrière wilde halen. Ik zei dat ik mezelf wilde verdiepen in zoveel mogelijk dingen voordat ik een definitieve keuze kon maken. “Je moet gewoon alles aanpakken wat je aangereikt krijgt,” zei mijn opa, toen hij hoorde van mijn sollicitaties. “Al start je weer bij de vuilnis, alles is goed.” vervolgde hij. Ik keek mijn opa enigszins bedenkelijk aan. “Jaha,” zei mijn opa, “je kan wel allemaal nootjes op de zang hebben, maar er moet wel brood op de plank komen.”

“Maar, ik ga toch niet weer achter de vuilniswagen staan opa. Het is niet dat ik me er te goed voor voel, maar… mag ik niet iets veeleisender zijn met mijn diploma en ervaring?”

Er is niet zo gek veel veranderd

Ik neem mijn opa serieus. Het is zonde om niet van zijn fouten te leren. Zelf op je bek gaan is de beste leerschool, maar het lijkt mij efficiënter om te leren van de fouten van een ander. Toch zitten grenzen aan de wijsheden die ik ter harte neem. Hoewel ik veel van mijn opa wil leren, kan ik niet voorkomen dat als hij een half uur oreert over hoe hij zijn eerste baan als werkknecht verkreeg bij zijn ouweheer in dienst, ik af en toe een beetje afdwaal. Heel leuk en aardig dat advies, maar we leven inmiddels in een nieuw millennium. Ik kan niet bij een bouwbedrijf beginnen om stenen schoon te bikken en vanuit daar uit te groeien tot een gedragspsycholoog binnen een maatschappelijke instantie. Wat 50 jaar geleden normaal was, is inmiddels antiek. Een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe aanpak.

Het gele verjaardagscadeautje om mee naar school te gaan, van mijn opa die de watersnoodramp nog meemaakte (Bestweter is overigens mijn oude pseudoniem)

Werken bij de afvalservice heeft me een hoop geleerd. Ondanks dat zou ik het niet voor een tweede keer doen. Vooral oudere mensen in mijn omgeving hadden respect voor de keuze die ik gemaakt had. “Ik vind het heel moedig van je.” zei een man toen ik zijn kliko overhandigde. “Mensen zoals jij die met een Universitaire opleiding achter de wagen staan zijn zeldzaam. Jij hebt de wil om te werken. Als ik mijn bedrijf nog had gehad, was je meteen aangenomen.” Mooie woorden zoals die van de meneer in kwestie sleepten me door een dag heen. Helaas dachten de werkgevers waar ik op gesprek kwam er anders over.

Zo ging ik op gesprek sollicitatiegesprek bij een marketingbureau in Amsterdam. Ze zaten aan ’t IJ en maakten evidence-based website designs.

“Wat doe je momenteel voor werk?”

“Ik werk als vuilnisman in Breda.” antwoordde ik. De mondhoeken van de eigenaar schoven geleidelijk omhoog. Je zag dat hij moeite deed zijn grimas te onderdrukken.

“Als vuilnisman ja? Kan je niks beters vinden dan dat joh?” zei hij nonchalant.

“Of ik nou achter een vuilnisauto sta of spullen sta te verkopen in een winkel. Uiteindelijk komt het op hetzelfde neer. En daarbij, ik kom hier niet zomaar op gesprek.”

Drie slokken koffie later was het gesprek over.

Vanaf dat moment ben ik kritischer gaan kijken naar het advies dat dierbaren mij geven. Mijn opa’s ongevraagde en enigszins onsamenhangende advies is goed bedoeld, maar het is duidelijk dat hij in een andere tijd is opgegroeid en weinig weet van hoe het huidige arbeidsklimaat in elkaar steekt. Het gevolg is dat ik afdwaal zodra hij begint te oreren over hoe het vroeger ging. Het is hetzelfde als iemand je adviseert om je was te doen op een wasbord, omdat dat 40 jaar geleden beter ging dan met alleen de hand. Er zijn nu wasmachines, drogers, en Zwitsal. Je kleren hoeven niet meer naar zand, groene zeep en soda te meuren. En zo is het ook met mijn opa’s advies. Ik stel het op prijs, maar het is gebaseerd op een behoorlijk gedateerd referentiekader.

En waar ik weiger om te luisteren naar de wijze woorden van mijn opa, loop ik wel klakkeloos in het gareel van maatschappelijke verwachtingen. Als de maatschappij oplegt hoe ik iets moet doen en wat ik moet willen, volg ik die norm zonder pardon op. In feite is de maatschappij en haar heersende opvatting je opa en zijn oratie, maar de maatschappij is gehuld in een cape van sociale druk.

Zelf ben je ook geen expert op dit vlak, maar je bent in ieder geval beter gekwalificeerd om te weten wat jij wilt dan de collectieve gedachte van een groep onbewuste mensen bij elkaar. Voor iedereen – die net als ik – niet zo goed weet hoe hij zijn of haar carrière verder in wil richten of de mensen die twijfels hebben of ze wel de juist richting ingaan, hoop ik meer inzicht te kunnen geven in hoe ze op dit punt beland zijn en hoe ze de druk van de ketel kunnen halen. Jij bent niet de enige die maar wat aanmoddert.

Jij in je modderpoel

Tijdens onze studie hebben we altijd het idee gehad constructief te werken aan onze toekomst. Ieder jaar werden we opgezwolgen door het binnenslepen van die felbegeerde studiepunten. Alles stond in het teken van afstuderen, en het liefste met zo hoog mogelijke cijfers. Onze baan was ‘student zijn’ en dit was een fulltime aangelegenheid. Als student ben je eigenlijk een soort medewerker in opdracht van je baas, de Universiteit of Hogeschool. De baas zegt precies welke stappen je moet volgen om te kunnen slagen en die stappen volg je als medewerker trouw op. Maar wie neemt deze rol van baas over als je met je masterbul op straat staat?

Wat in je studententijd als macro-beslissingen voelden, zoals ‘hoe kan ik mijn opleiding succesvol afronden?’, zijn in retrospect micro beslissingen. Het pad richting afstuderen voelde als toewerken naar de grande finale. En nu je er eindelijk bent, lijk je volledig terug bij af te zijn. Je stelt jezelf nu vragen als: ‘Is dit het nou?’, ‘Wie ben ik precies?’, en ‘Wat wil ik uit het leven halen?’. Het zachte gras van de Universiteit of Hogeschool waar onze studententeentjes in genesteld stonden, wordt met ons slagen in één klap onder onze voeten weggemaaid. Waar je eerst werkte richting een duidelijk doel is nu niets meer zeker. Je weet niet precies wat je wilt doen, je weet niet hoe je er moet komen, je hebt geen werkervaring, en eigenlijk ben je gewoon super schraal.

En daar sta je dan aan het begin van je nieuwe volwassen leven, super onzeker te zijn met je zuurverdiende bul op zak. Er is geen Universiteit of Hogeschool meer om ons handje vast te houden. Nu komt het op jezelf aan. En je hebt totaal geen idee wat je moet doen.

Keuzes en compromissen

Er zijn mensen, zoals ik, wiens toekomst momenteel één grote waas is. Zij weten niet echt wat ze met hun carrière aanmoeten. Gaan ze hun passie volgen? Of gaan ze voor een lange reis? En, waar zijn ze eigenlijk goed in? Ze zitten met meer vragen dan antwoorden en weten niet echt meer wie ze willen zijn en wat ze willen doen. Andere mensen zijn wel een duidelijk pad ingeslagen, maar weten in hun hart dat hun roeping ergens anders ligt. Tot voor kort behoorde ik ook tot deze groep. Er is niet vervelender dan een berg te beklimmen en er halverwege achter komen dat je op de top van een andere berg moet zijn.

Naast al deze aanmodderaars zijn er ook nog de happy few die helder hebben wat ze willen en voor hun gevoel de juiste richting op gaan. Het is enorm verleidelijk om de situatie van deze groep gelukkigen te romantiseren. “Hoe fijn zo het zijn als ik ook een duidelijk doel voor ogen heb?” denk je bij jezelf. Maar hoe weten zij zo zeker dat dat hun ideale pad is? Er zijn ongetwijfeld momenten waarop ook deze personen zichzelf afvragen of dit wel echt is wat ze willen.

Keuzes maken is altijd moeilijk omdat het gaat over compromissen sluiten. Als we op professioneel vlak succesvol willen zijn, moeten we investeren en tijd inleveren op familie en vrienden. Waar mensen het grote geld achterna gaan, missen ze vaak weer een stuk zingeving in hun werk. De groep die ervoor kiest om hun passie te volgen, moet iedere maand weer de eindjes aan elkaar knopen. En mensen die een gezonde werk-privé balans verkozen boven carrière maken, kampen weer met veroordelingen van anderen en voelen zich schuldig niet alles eruit te hebben gehaald wat erin zit.

Aan iedere beslissing zitten haken en ogen. Veel wensen die je hebt staan in direct conflict met elkaar. Het is onmogelijk om aan alle verwachtingen te voldoen die opgelegd worden vanuit de maatschappij, je directe omgeving, en ook jezelf. Je diepste zelf tot in de kern kennen is niet makkelijk en gaat zeker niet automatisch. Het kost moed om toe te geven dat je het niet weet. We vinden het eng om diep in ons binnenste kijken en op zoek te gaan naar onze meest pure wensen. Vooral omdat alles wat jij tot op heden als zekerheid hebt gezien op losse schroeven staat. Naïef ontkennen dat jij geen problemen hebt en alles weet lijkt misschien de beste optie. Jouw persoon zal overeind blijven. Maar op een instabiele fundering kan je niets bouwen.

Hoe jij op zoek zou moeten naar wat je écht wilt

Kijk naar jezelf

De verantwoordelijkheid voor de manier waarop we ons leven indelen, hoe we onze levensstijl kunnen bekostigen, hoe we iets bij kunnen dragen aan de wereld, en in welke vorm we gestalte geven aan onze eigen persoon, ligt niet bij mensen die jou niet zijn. Het is jouw verantwoordelijkheid. Teveel bezig zijn met het waarmaken van verwachtingen die andere je opleggen, leidt af van wie jij echt bent. Alleen jij kan voor jezelf bepalen wat je uit het leven wilt halen.

Als we ons gedrag baseren op de norm, laten we ons leven indirect dicteren door mensen die zelf ook maar wat aanmodderen. Niemand weet precies wat de juiste manier van aanpak is. Iedereen doet maar wat. We houden onszelf allemaal bezig in de hoop dat het niemand opvalt dat we maar wat doen. Ondertussen raken we opgebrand omdat we proberen te voldoen aan onrealistische verwachtingen die gebaseerd zijn op idealen die buiten onszelf liggen.

We zijn super goed geworden in het verkopen van onszelf. Terwijl we in feite allemaal maar wat aanmodderen, is iedereen te trots om dit toe te geven. Meer, groter en beter is wat iedereen na lijkt te streven. Iedereen heeft last van prestatiedruk, maar we blijven elkaar vertellen hoe goed we het wel niet doen en hoe perfect ons leven wel niet is. Wordt het niets eens tijd om eerlijk naar onszelf toe te zijn en naar elkaar?

Wij mensen zijn vrije wezens – we willen altijd iets anders, hoe perfect ons leven ook lijkt te zijn. Vooruitgang is in dat opzicht een relatieve illusie. Wat perfect of beter lijkt, wordt volledig bepaald door wat jij belangrijk vindt op een specifiek moment in je leven. Er is geen objectieve maat voor perfectie. Het gras bij de buren is zo groen als jij wilt dat het eruit ziet.

Streven naar meer is geen doel an sich om gelukkig te zijn. Dat is iets wat de maatschappij niet lijkt te willen begrijpen. Relaties stranden na een jaar omdat de liefde na de wittebroodsweken niet meer aanwezig is . Blind gaan oude geliefden op zoek naar een nieuwe rush. We streven naar een hoger salaris zodat we meer kunnen kopen, om vervolgens de lat nóg hoger kunnen leggen. Wat we niet beseffen is dat dat niet normaal is en het ook nooit zal zijn. Het is een vergankelijk waanbeeld, ingegeven door een illusoire norm, die ons puur bezig houdt zoals een hersendode zombie op weg naar vers menselijk vlees.


Sorry voor deze dramatische wending. Ik heb een predispositie om alles met een dramatisch dun dun dun muziekje in mijn hoofd te oversprenkelen

Acceptatie van je huidige situatie is de eerste stap in een gelukkiger leven. Je jonge jaren zijn de tijd bij uitstek om erachter te komen waar je écht gelukkig van wordt. Neem de tijd om op je eigen tempo uit te zoeken wat je écht wilt. Laat je niet opjagen door de prestaties van mensen in je omgeving. Hoewel je weinig over de problemen van leeftijdsgenoten hoort, wil dat niet zeggen dat zij hun leven op orde hebben. Iedereen moddert maar wat aan. En dat is volkomen oké. Het wordt tijd dat we van de modder gaan houden.

We zijn teveel bezig met streven naar wat we niet kunnen krijgen,

doen wat we zelf niet willen,

om indruk te maken op mensen die indruk op ons willen maken.

Focus op tevredenheid,

leef voor jezelf,

vergelijk jouw leven niet met dat van anderen,

leer van de modder te houden

binnenkort te zien als oogtest in uw lokale Hans Anders