Zowie Zep Indonesië rijstvelden

Waarom ik gestopt ben met 'druk zijn'

Niet alle doelen zijn het waard om na te jagen.

In onze cultuur wordt het gewaardeerd als we hart voor de zaak hebben, niet over een een 9-tot-5-mentaliteit te beschikken of onszelf op een andere manier in een ondergeschikte positie aan het collectieve geheel plaatsen. Bepaalde vormen van persoonlijke opoffering lijken synoniem te worden gesteld aan ambitieus of ‘goed’. Er wordt in ieder geval een positieve connotatie aan ‘druk zijn’ meegegeven. En dat vind ik gek. Daarom ga ik erover schrijven. 

Uitstralen dat we druk zijn lijkt als positief te worden ervaren. We lijken ermee te willen impliceren: “kijk mij nou eens lekker bezig zijn. HA! Ik heb niet eens meer vrije tijd over! Ik ben zo’n enorm ambitieuze productivitysherrif.”

Druk bezig zijn lijkt de sociale norm geworden.

Maar net zoals sociale normen niet zomaar goed zijn, is druk bezig zijn ook niet per definitie ‘goed’.

Mensen hebben een aangeboren neiging om de dingen die makkelijk zijn te devalueren en dingen die moeilijk gaan te overwaarderen. Dat het veel tijd kost, maakt het echter nog niet meteen waardevol.

“Verwar druk bezig zijn niet met productiviteit. Veel mensen zijn vooral druk bezig met druk zijn.” - narcistische quote van een 27 jarige homo millenialis, want ik heb natuurlijk alles al meegemaakt als bijna dertiger

En als je niet altijd ‘aan’ wilt staan maakt dat je nog niet meteen lui. Er is niks verkeerd met relaxed en laidback in het leven staan. Het wil niet meteen zeggen dat je dan geweven truien draagt van gedroogd zeewier en de bloemtoppen van bepaalde onbevruchte vrouwelijke plantensoorten gebruikt als copingmechanisme voor stress (voor de minder snelle schakelaars onder ons: ik bedoel jointjes roken om rustig te worden).

Er is niet per se iets mis met druk zijn. Toch rust de verheerlijking van het altijd-maar-druk-zijn-systeem op een aantal foutieve assumpties:

  1. Druk zijn is niet per se efficiënt. Druk zijn kan ook veroorzaakt worden door een mank prioriteringssysteem.
  2. ‘Druk zijn’ en ‘productief zijn’, zijn twee fundamenteel verschillende dingen. Iemand die druk is is niet per se productief en iemand die productief is hoeft niet per se druk te zijn.
  3. Druk zijn wordt door sommige mensen gebruikt als een alibi om niet erachter te komen wat werkelijk betekenisvol voor ze is. Je kan nog zo hard in een bepaald richting rennen, maar als het niet de juiste is kom je nog steeds geen meter vooruit. Figuurlijk gesproken dan.

Mensen die altijd maar druk zijn, werken op mijn zenuwen. Hun ‘altijd aan’ filosofie is besmettelijk. Drukke mensen lijken ermee te pronken. Alsof het een soort trofee is. Een statussymbool om indruk te maken op anderen.

Ik snap niet helemaal waar hun zelfvoldane houding vandaan komt. Dat je een behoefte voelt om - hoe belachelijk je TO-DO lijstje ook is - maar bezig te blijven. Voor mij komt het over als schaken met een duif die bij zijn eerste zet alle stenen omgooit, het bord onder kakt, en vervolgens triomfantelijk rondloopt alsof ie gewonnen heeft.

‘Druk zijn’ kan letterlijk als een excuus voor alles worden gebruikt. Een paar herkenbare voorbeelden: 

  • Verjaardag vergeten? “Euhm, tja ik was nogal druk.”
  • Niet langs opa en oma gegaan? “Ja, maar ik had het no zooo vreselijk druk met werk.”
  • Niet gaan sporten? “Ik heb het gewoon te druk met andere dingen.”

En de ergste:

  • Te druk zijn om te doen waar je van houdt. Of dat nou gitaar spelen is, surfen, navelhaar vlechten, postzegels verzamelen of mestkevers uit een blokken zeep kerven.

Waarom zou je zo willen leven? In zo'n altijd-maar-'aan'-roes. Ik snap dat het fijn is om het gevoel te hebben dat je productief bent. Niemand wilt stil blijven staan. Maar is er niet een andere manier om je dagen door te komen? Wat voor waarde voeg je toe aan jouw eigen leven en dat van anderen? Wat bereik je nou écht met jouw ‘druk zijn’?

Ik ben daar dus mee gestopt. Met dat druk zijn. Als ik tegen iemand zeg dat ik het druk heb, is het niet omdat ik het te druk heb. Het is juist omdat ik het niet druk heb en dat graag zo wil houden.

Druk zijn is een fabeltje. Mensen die druk zijn hebben hun prioriteiten gewoon niet goed op een rijtje.

Dat is mijn mening en daar zal u het mee moeten doen. Voor vandaag in ieder geval. Dank u wel. 

Man met meningMetroman_met_nektabba_&_sterke_mening.iStockphoto


Rijstvelden Ubud sap drinken

'Now' en 'Later'

Tattoo’s hebben mij altijd al gefascineerd. Waarschijnlijk kan jij je ook nog wel herinneren dat je vroeger rondliep met van die plakplaatjes die bij van die snoeiharde platte kauwgompjes zaten. Of dat je ruige motor meneren met ringbaarden rond zag rijden in leren gilets waar de meeste angstaanjagende brandende doodskoppen onder vandaan kwamen. Misschien weet je dat Steve-O van Jackass zijn eigen gezicht 4x vergroot op zijn rug liet tatoeëren. Om nog niet eens te spreken over de rijkelijk ingekleurde David Beckham of de gevangenis blauwdrukken op het lichaam van Michael Scofield in Prison Break.

Tatoeages zijn al ouder dan de weg naar Rome. Ötzi, de ijsmummie uit Alpen, liep zo’n 5350 jaar geleden al rond met 59 tatoeëringen. Er zijn tatoeages op Egyptische mummies gevonden die van 2000 voor Christus dateren. Ook de Russische Oekokprinses die stamt uit de ijzertijd (ongeveer 5e eeuw voor Christus) had tattoo’s.

Táatoow’s zijn zoveel meer dan een sierraad voor het lichaam. Het is onder andere een statussymbool. In sommige culturen staat het symbool voor volwassenwording. Tijdens de WO II kregen de meeste gevangen in Auschwitz een identificatienummer ter herkenning. Leden van de SS kregen hun bloedgroep onder de oksel getatoeëerd. Zeelieden gebruikten het om iemand te identificeren die was verdronken. Mensen vervangen hun te driftig geëpileerde wenkbrauwen voor donkere inkstrepen. Gang leden laten een traan op hun gezicht zetten om te laten zien dat ze een lid van een rivaliserende bende hebben gedood. Leden van de Yakuza in Japan hebben hun hele lichaam volgetatoeërd met uitzondering van plekken die ze niet kunnen bedekken met kleding.

Wanderlust chicks laten dromenvangers en infinity tekens miniscuul op hun voet tatoeëren om het begin van een nieuw start in te luidden.

Ik kan er nog uren over doorpraten. Maar dat ga ik niet doen. Ik adviseer je wel om af te haken als je niet geïnteresseerd bent in nog meer onder de opperhuid aangebracht inkt. Of om door te scrollen naar het kopje ‘Now & Later’ als je meteen tips wilt om meer mindful door het leven te gaan.

Voor de mensen geïnteresseerd in het achtergrondverhaal, moet we terug naar mijn jeugd.

Tribals, Maori en Danny Rouimper

Toen ik een jaar of acht was besloot mijn moeder om haar arm vol te laten zetten. Ik was meteen fan. Minuscule zwaluwtjes, roosjes, vlindertjes en andere vogeltjes sierden haar arm. Ik voel mijn tampeloeris verschrompelen als ik zoveel verkleinwoordjes gebruik, maar de tattoo’s waren echt mooi klein. Bescheiden. Niet net zoals Arie Boomsma die bij Henk Schiffmacher zijn hele rug in één klap liet inkleuren.

Arie’s eerste tattoo. Je zou het ordinair kunnen noemen, maar ik heb nog nooit een gavere tattoo gezien van iemand die ik eigenlijk zo niet gaaf over vind komen. Dit is hoe vleesgeworden cognitieve dissonantie eruit ziet. Ken de man verder niet persoonlijk, dus kan geen uitspraken doen over hem als persoon. Maar ik vind zijn gezapige EO karakter gewoon een beetje vloeken met zo’n harde tattoo. (Bron)

Tattoos. Ze zijn fascinerend. Herinneringen aan momenten die je altijd met je meeneemt. Ik heb alleen nooit het lef gehad om er zelf eentje te nemen. Als ik niet eens in staat ben om een kledingstuk meer dan één seizoen zonder tegenzin te dragen of om iedere week van hobby te wisselen, hoe moet ik dan in godsnaam een stuk inkt uitkiezen dat ik voor de rest van mijn leven op me wil dragen. De geanticipeerde spijt weegt niet op tegen het verhogen van mijn bad boy gehalte voor als ik in de zomer op een festival sta.

Toen ik terugkwam van een seizoen skiles geven in Mayrhofen kwam de verleiding wel heel dichtbij. Het leek me een geniaal idee om deze unieke (“life-changing” ervaring, *zucht* naar mijn 18 jarige ik) te vereeuwigen op mijn lichaam. Om deze ervaring zo goed mogelijk te koesteren, wilde ik het wapen van Oostenrijk op me laten zetten. Een adelaar. Op mijn schouder.

Ik dank de man in de lucht op mijn knietjes dat ik platzak terugkwam van mijn reis...  

Daar zou ik nu echt blij mee zijn geweest [insert_sarcastische_emoji]

Mijn lange termijn geheugen kan niet meer achterhalen of het voor of na mijn skileraar periode was. Een tijdje waren tribals in de mode. Mannen lieten hun hele bovenarm vol zetten met abstracte en puntige zwart-wit vlammen. Vrouwen die deze tribal hype wisten te combineren met een lower back tattoo waren al helemaal verzekerd van een leven vol sociale veroordeling.

Geen idee welk sociaal signaal dit organisme af wilt geven op het andere geslacht, maar het is een evolutionair waterdichte strategie om verzekerd te zijn van nageslacht

Zo’n - wat in de volksmond liefkozend - tramp stamp wordt genoemd (vertaling: aarsgewei), doet me een beetje denken aan van die verroeste gietijzeren tuinvazen die mijn ouders vroeger in hun tuin hadden staan. Maar dan vergelijkbaar met eentje die je voor altijd in je achtertuin hebt staan. Pal voor de deur.

Na de tribals waren daar - volgens mij onder invloed van Dwayne ‘the Rock’ Johnson - de maori tattoos. Hele stammen westerse mannen leek het plotseling een goed idee om zichzelf permanent te versieren met traditionele Nieuw-Zeelandse patronen. Het woord maori betekent overigens 'normaal' of 'gewoon persoon' in het Maori.

Zouden deze mannen ons iets duidelijk willen maken aangaande hun smaakvoorkeuren…?

Dwayne ‘the Rock’ Johnson in zijn WWE worstel tijd

Op Instagram zie ik steeds meer maritieme tattoos voorkomen met dikke zwarte lijnen. Grote zeilboten, ankers, scheepsknopen, zwaluwen en tijgers met top hats. Ik denk dat er een nieuw tijdperk met tattoo’s ingezet is.

https://www.instagram.com/p/BlkQ_ymgy4i/?utm_source=ig_web_copy_link

Zoals bij Danny Rouimper hierboven op de foto met zijn ex Anna Noushin (ook voor de laatste showbizz nieuwtjes kunt u terecht bij moi, oncle Kwalbert Verlinde)

Naarmate ik gedurende mijn leven meer en meer blootgesteld werd aan verschillende tattoo hypes, besefte ik me dat ook die dingen - die levenslang in je vlees gegraveerd staan - eigenlijk een enorme modegril zijn. Ik ben geen tattoo expert, maar ook tattoo’s evolueren. Mogelijk ben ik in de ogen van veel mensen Captain Slowpoke. Ik heb er serieus niet eerder zo bij stil gestaan.

Genoeg over mijn fascinatie met tattoo’s. Tijd voor mindfulness. Dat is de reden dat ik jullie opzadel met al deze overbodige tattoo-praat in de inleiding.

‘Now’ en ‘Later’

Zoals ik eerder aangaf: zodra iets permanent wordt, verander ik in een pussy

Permanente relaties, permanente lichaamsversieringen, mijn eigen familie en andere permanente keuzes. Het idee dat je geen keuzevrijheid hebt laat me achter met een chronische druk op mijn borst. Alsof ik als wc-bril van een sumo worstelaar fungeer en er allerlei shit op me wordt gegooid, terwijl ik met geen mogelijkheid kan ontsnappen. Ik ben teveel gesteld op mijn autonomie om geen keuzemogelijkheden te hebben.

Dit is exact de reden waarom ik nooit met een tatoeage rond zou kunnen lopen. De keuze om hem te nemen is kinderlijk eenvoudig. De keuze om hem niet meer te hebben daarentegen is relatief gezien best wel heel erg moeilijk.

Om de stress te voorkomen die gepaard gaat met het leven dat mij potentiële keuzes ontneemt - vergelijkbaar met het nemen van een tattoo -, schrijf ik met regelmaat twee woorden op mijn hand: ‘now’ en ‘later’. Op mijn linkerhand ‘Later’ en op mijn rechterhand ‘Now’. Hoewel het een naar gevoel is als de kogel van je Bic pen via je extensor indicis over je extensor digitorum communis loopt, betaalt de pijn zich later uit.

Terwijl ik dit aan het typen ben zie ik de karakteristieke blauwe inkt letters vervormen door het aanspannen van mijn pezen met moeilijke latijnse namen die ik niet nog een keer wil typen. Het ziet er namelijk best wel nasty uit als ze zo dansen onder mijn huid.

Ik teken niet zomaar twee willekeurige woorden op mijn hand. Natuurlijk vind ik het stoer om te doen alsof deze surrogaattattoo’s echt zijn. Ik heb nog steeds in medium mate last van het Peter Pan syndroom. Er zit echter meer achter.

Ik ben rechtshandig. Dus de meeste dingen doe ik met rechts. Ik schrijf met rechts, eet en drink met rechts, hef mijn rechter vinger als ik iemand belerend toe wil spreken, schrob de afwas met rechts, zeem de ramen met rechts en veeg mijn hol af met rechts. Met links doe ik niet zoveel. Ik kan met mijn linkerhand  bijvoorbeeld wel vingerknippen. Lekker jazzy ook. En woorden als Qatar, abracadabra en retard typen.

‘Now’ op rechts.

 

‘Later’ op links.


Een simpele herinnering aan mezelf dat er twee manieren zijn om door het leven te gaan. Je kan de hele tijd gefocust zijn op de toekomst, waardoor alle plezier en nieuwsgierigheid rechtstreeks uit datgene gezogen wordt waar je mee bezig bent. Óf je kan leren om te focussen op datgene waar je nu mee bezig bent.

Je kan bijvoorbeeld de afwas doen omdat het een kutklusje is dat gedaan moet worden… Óf je kan de afwas doen om de afwas te doen. Ander voorbeeld. Je kan fietsen om van punt A naar punt B te komen… Óf je kan fietsen om te fietsen.

Laat me nog één voorbeeld geven, voordat je mind compleet weggeblazen wordt door deze logica van de koude grond [sarcastische_emoji_missing]. Je kan je werk doen voor de beste beoordeling, de meeste schouderklopjes of een vette promotie.... Óf je kan werken vanuit een gevoel van nieuwsgierigheid, met een open houding en totale aandacht.

Met deze aanpak bereikt je nog steeds wat je wilt bereiken - de afwas wordt gedaan, je komt van punt A naar B en je krijgt positieve feedback op je werk. Bespaar jezelf de stress, de wanhoop en het ongeluk van de hele tijd denken dat je ergens anders wilt zijn.

Rijstveld UbudMindfulness irl 


Einddoel vs. Reis

“There are two ways to live your live: one is as though nothing is a miracle, the other is as though everything is a miracle.” - Albert Einstein

Albert Einstein heeft het hier in feite over wat voor oriëntatie je inneemt met betrekking tot de wereld om je heen: heb je een ‘uitkomst oriëntatie’ of een ‘proces oriëntatie’? Hoe ik dit aan mijn oom op een kringfeestje uit zou leggen: ben je gefocust op het einddoel of op de reis ernaar toe?

Leren hoe je de focus kan verleggen van het einddoel naar de reis kan een radicale omwenteling in je bewustzijn veroorzaken. Het kan vooral sterk helpen in de angst en stress die ontstaat als we teveel met onze gedachten in de toekomst leven.

The moment when you are at a party, and you have that random urge to get your life together. Om 4 uur ‘s nachts. Shitfaced. Temidden van bezwete mensen die muziek meeblèren die ze niet eens kennen.

Door je aandacht te verplaatsen naar het kleinste, meest minuscule detail van je ervaring, kan je jouw brein trainen om in het hier en nu te blijven. Door alle dingen die je doet te benaderen met een nieuwsgierige en open houding, kan je een nieuwe manier leren om dingen te ervaren.

Dus, als je in een automatisme je telefoon erbij pakt om naar Instagram te navigeren, dan zie je ‘now’. Een tastbare herinnering dat je jezelf 5 of 10 minuten moet focussen op waar je mee bezig bent zonder multi-tasking of afleiding. Of als je gedachten langzaamaan afdwalen richting een geromantiseerde toekomst die veel te ver weg ligt, kijk je naar het woordje ‘later’ op je linkerhand om jezelf eraan te herinneren dat je in het hier en nu moet zijn.

Dit was het einde van mijn spreekbeurt over tatoeages en mindfulness. Mocht je nog niet genoeg gelezen hebben, dan heb ik nog twee opties voor je in de aanbieding:


Over wanderlustige backpackers, "waarom arme mensen gelukkiger zijn" en autonomie

tl;dr: In mijn omgeving hoor ik veel backpackers zeggen dat "mensen in arme landen zoveel gelukkiger zijn". Ze denken aan de ratrace thuis en kijken met bewondering naar de eenvoudige levens van de locals op reis. In onze individualistische samenleving is iedereen bezig om zijn eigen succes en geluk te maximaliseren. Het voordeel is dat er oneindige mogelijkheden lijken te zijn voor iedereen die bereid is om het werk erin te stoppen dat nodig is. Tegelijkertijd is deze gedachte ook zeer beangstigend. Wie is er verantwoordelijk als jou dit allemaal niet lukt? Juist, alleen jijzelf. Deze prestatiedruk brengt een baseline niveau van angst met zich mee. Mensen zijn bang om te falen omdat ze niet aan de verwachtingen van de sociale norm kunnen voldoen. Wat doen wij hier in het westen verkeerd? Maar ook: wat doen we wel goed en wat kan beter? 

Als er nu iets booming is dan is het wel backpacken in Azië. Westerlingen dalen met hun North Face rugzakken, frutjes en harembroeken massaal af naar het oosten om cultuur te snuiven. Vanaf het moment dat de rolkoffer in wordt geruild voor een backpack zijn ze geen toerist meer maar een backpacker.  Eenmaal aangekomen op hun bestemming gaat er een wereld voor ze open.

Wat deze backpackers verspreid over mijn Instagram tijdlijn als snel opmerken is het volgende:

“Het is echt opvallend dat de mensen in deze arme landen zoveel gelukkiger zijn.” - wanderlustige backpacker

Oud vrouwtje Azië backpacken wanderlustIedere rimpel staat symbool voor 1 jaar geluk

Daarna volgt er een op idealistische leest geschoeid commentaar op ons kapitalistische systeem – een soort verkapte ode aan het minimalisme (want dat is nu ook hip enzo, zo'n echoënde witte kamer met een matras op pallets in het midden en lege fles Jack Daniels met een kaars erin als nachtlampje). De conclusie die daaruit volgt komt meestal neer op een less is more filosofie. Een oproep aan iedereen om te minderen.

“Kom op mensen, we zouden zoveel gelukkiger kunnen zijn als we genoegen namen met minder.” - wanderlustige backpacker

Niet vergeten een Monstera plant te kopen bij Loods 5 

Op deze verre reizen zien we namelijk niemand die zich bekommert om meer Instagram followers. Ze zijn ook niet bezig met een strategische imago-oppoetsende en jaloezie-inducerende promotiecampagne van zichzelf, waarvan jij als buitenstaander het equivalent van mentale spetterpoep krijgt. Wat de mensen uit deze collectivistische culturen vooral doen is minder met zichzelf bezig zijn en meer met de mensen om zich heen. Mensen in landen als Azië zijn meer gefocust op tijd doorbrengen met familie en vrienden. Ook al hebben ze zelf niets, ze zullen je altijd eten of drinken aanbieden.

En juist in deze belangeloze gebaren ligt een eigenschap verborgen die in onze maatschappij bedolven is geraakt onder 30 kuub personal branding: aandacht voor de medemens. Het concept vrijgevigheid en het concept kapitalistische zijn moeilijk verenigbaar. Als we iets van onszelf aan een ander geven, zonder iets ervoor terug te hoeven, dan leveren we namelijk een deel van ons eigen succes in, wat ervoor zorgt dat we het risico lopen achter te raken op anderen.

Dit zit verankerd in onze mindset. En ik zal je uitleggen waarom dit walgelijk en geweldig tegelijkertijd is.

Started from the bottom

Wij hyperindividualistische westerlingen – die onszelf wekelijks van weekend naar weekend slepen om te eindigen met vijf cijfers op onze bankrekening  – kijken naar dit gedrag met onze kin op onze knieën. In ons wilde westen worden we dagelijks geconfronteerd met een koude en haastige samenleving. De connectie die wij bij de locals op reis voelen, kennen wij thuis niet. Onze individualistische waarden zijn meer gericht op onze sociale status en bezittingen. Menselijke relaties zijn hier ondergeschikt aan. Alles draait om voorop raken in de ratrace door over de ruggen van anderen naar boven te klimmen.


Dun dun dun dun. Mijn melo-dramatische ik nam weer eventjes de overhand

Terwijl wij vrijwillige psychologische hara-kiri plegen om onze carrière en financiële positie verder te consolideren, kijken we met bewondering naar de simpliciteit en warmte waar deze mensen in leven. Hier lijken ze helemaal niet bezig te zijn met “ik”, “wat kan ik doen voor mezelf” of “waarom krijg ik op deze foto minder dan 100 likes”. Pas als we op reis zijn komen we erachter hoe nep en plastische we daadwerkelijk bezig zijn. Pas op het moment dat we in aanraking komen met armoede lijken we over het zelfbewustzijn te beschikken over hoe oppervlakkig we wel niet bezig zijn #rant #premradhakishun

En begrijp me niet verkeerd. Dit is wat ons als westen zo welvarend heeft gemaakt. Onze meritocratische samenleving heeft het mogelijk gemaakt om enorme sprongen te maken op de sociale ladder. Meritowatte? Mijn goede vriend Surfoloog - zelf ook geen onverdienstelijk schrijver - las mijn artikel en vond dat ik nogal aan het rondstrooien was met woorden die niemand begrijpt. Volgens hem zat ik weer "esoterisch te raaskallen". Vandaar dat de moeite zal nemen om bepaalde begrippen in begrijpelijke taal uit te leggen, bijvoorbeeld wat zo'n meritocratische samenleving precies inhoudt:

Meritocratische definitie
Met andere woorden: het is niet meer net zoals vroeger, dat wanneer je een boerenzoon was, je verdoemt was om tot aan je pensioen aan vochtige uiers te trekken op houten kruk met splinters. Eens een boer altijd een boer. Stress over je sociaal-economische positie in de maatschappij had je niet echt. Die stond namelijk vast. Het enige wat je er zelf aan had kunnen doen was in een andere familie geboren worden. Niets dus.


Started from the bottom, now we’re… still at the Bottom Drake.

Ons huidige maatschappijmodel maakt het in theorie mogelijk dat de sociaal-economische positie van elk individu gebaseerd is op het werk dat hij erin stopt. Je hoeft je lot niet meer klakkeloos te accepteren. Bij jouw geboorte krijg je een meritocratische akte die je opzadelt met de totale autonomie over je gehele wakende leven. Met andere woorden: je krijgt wat je erin stop.

Drake be like started from the bottom memeAls jij een wereldberoemde Canadese rapper wilt worden die eruit ziet als een Dominicaanse oom genaamd José op een zwembadfeestje, dan is dat volgens meritocratische standaarden mogelijk.

Autonomie

Autonomie is een mooi woord. We houden van autonomie. Als het voor ons stond, zouden we het inpakken met een rood strikje eromheen. Hoe meer keuzes we hebben, hoe fijner we het vinden.

Maar er zit ook een keerzijde aan de medaille. Zolang we succesvol zijn is er namelijk geen vuiltje aan de lucht. Echter, op het moment dat we falen of niet meer succesvol zijn is de meritocratische samenleving minder vergevingsgezind. De verantwoordelijkheid van je succes dragen impliceert namelijk ook dat je de verantwoordelijkheid over je falen moet dragen.

Uiteindelijk impliceert een grotere kans op succes ook een grotere kans om keihard op je bek te gaan.

Het is de prijs die we moeten betalen voor een grotere sociale mobiliteit. De open manier waarop onze samenleving is ingedeeld, maakt het mogelijk om te stijgen of dalen op de maatschappelijk ladder. Zo’n gestratificeerde samenleving is leuk, totdat je struikelt en keihard van je toplaagje rechtstreeks naar de bodem stuitert. Deze gedachte vinden wij mensen helemaal niks. Uit angst dat een dergelijke hypothetische situatie werkelijkheid wordt, dragen mensen als resultaat standaard een baseline niveau van twijfel met zich mee. M.a.w. we zijn altijd bang.

Meer mogelijkheden en keuzes kan dus ook demotiverend werken. Keuze verlamt mensen.

Mensen zijn bang dat ze het reilen en zeilen van de onstuimige samenleving niet bij kunnen benen. Ze zijn bang dat ze niet goed genoeg zijn of er niet toe doen. Ze zijn bang dat ze niet genoeg verdienen. Ze zijn bang dat de buurman binnenkort een mooiere auto gaat halen. Ze zijn bang om niet genoeg definitie op hun buik te hebben voor deze zomer. Ze zijn bang dat andere mensen gelukkiger zijn dan zij. Mensen zijn vaker bang dan goed voor ze is.

Simpelweg tevreden zijn met wat je hebt is niet genoeg meer tegenwoordig. Gelukkig zijn is niet meer voldoende.

Geert Wilders jij“Wat willen we? MEER, MEER, MEER! En wanneer willen we het? NU, NU, NU!” – JIJ

Het wordt tijd om uit onze hedonic treadmill te stappen, waarin we voortdurende streven naar een perfecter leven, om er na een halve marathon achter te komen dat we op identiek hetzelfde punt zijn beland. Al die successen zijn leuk, zonder meer, maar het is dweilen met de kraan open. Wij mensen hebben de neiging om altijd weer terug te keren naar een stabiel niveau van geluk, ongeacht enorme positieve of negatieve veranderingen in ons leven.

In een loopwiel kan je ook rennen tot je een ons weegt, maar je zult nooit een stap verder komen dan het exacte punt waar je gestart bent.

succes is een keuzeSucces is een keuze; wat wil jij later worden?

Geluk is niet genoeg

Er hangt altijd iets bewonderenswaardigs heen om mensen die tevreden kunnen zijn met wat ze hebben. De oude vrouwtjes en vrolijke kindjes in Azië die plezier kunnen halen uit hun simpele dagelijkse bezigheden. Hier, aan de andere kant van de evenaar wordt het steeds moeilijker en moeilijker om rust te vinden. Dagelijks worden we gebombardeerd met de successen van anderen. Het maakt niet uit hoe groot of klein ze zijn, overal hangen we triomfantelijk een slinger omheen.

Meer is niet altijd beter. We kunnen elkaar stelselmatig blijven herinneren aan hoe geweldig en speciaal we zijn, maar wat schieten we daarmee op? Dat je dingen kunt verbeteren aan je leven, wil niet zeggen dat je dingen moet verbeteren.

Als ik mijn eigen wensen analyseer en mijn ENORME dromen probeer te visualiseren in een gestructureerd stappenplan gebeurt er meestal het volgende: niets. Ik kom op de proppen met een sexy en indrukwekkende lijst vol met voornamelijk arbitraire lang termijn doelen, zoals een goedlopend bedrijf voor mijn 40e of ‘A river flows in you’ van Yiruma foutloos leren spelen of een killer body krijgen, en uiteindelijk verdwijnen ze op de D schijf van mijn mentale computer. Om nooit meer terug gevonden te worden.

Het is grappig dat we onszelf doelen blijven stellen. Alsof het een soort veredelde hobby is om onszelf lekker bezig te houden en het er met anderen over te kunnen hebben. Misschien is het voor ons wel een manier om niet actief bezig te hoeven zijn met onze echte problemen? Misschien vinden we het heerlijk om door anderen geprezen worden? Of misschien weten we niet hoe we ons leven anders in moeten vullen.

Dit is geen betoog tegen verbetering. Dat is niet waar de schoen wringt. Ik bewonder mensen die de eigen regie voeren over hun wensen en idealen. Het gaat mij vooral om de waarom die jouw drang om te verbeteren drijft. Wat zorgt voor jouw obsessieve zucht naar een beter, sexyer, rijker, mooier en sneller leven? Waarom streef je deze idealen na?

Als je eerlijk naar jezelf kijkt, reflecteer dan een moment op je eigen gedrag en stel jezelf daarna de volgende vraag:

“Los van mijn ego, onbewuste narcistische neigingen die ik niet wil erkennen, of een drang naar validatie, wat drijft mij in de verbeteringen die ik doorvoer?” - de vraag die jij aan jezelf moet stellen 

We hebben meer nodig dan een onophoudelijke focus op onszelf om gelukkig te worden. Het heeft geen zin om voortdurend ondergedompeld te zijn in ons eigen leven en onze eigen problemen. Tenzij je geïnteresseerd bent in de grote 'me, myself & I'-marathon.

Ironisch genoeg kunnen we alleen een structurele drive ontwikkelen door op zoek te gaan naar iets anders. Iets dat groter is dan onszelf.


Aanmodderen Zowie Zep

Iedereen moddert maar wat aan

Mijn Britse Korthaar, Wizzy, is momenteel krols. Minimaal tien keer per half uur galmt er een naar katerpiemel verlangende klaagzang door het huis. Terwijl ik aan het schrijven ben penetreren de onophoudelijke wanhoopsklanken mijn trommelvliezen. ‘Mi-auw, mi-auw, mi-auw, mi-auuwww.’ Ja nu weten we het wel, tu-auw mi gato. Het kleine bolletje pluis werkt als sinds 7 uur ’s ochtends op mijn zenuwen als iemand die een stuk kaas zo ver uitholt dat je ermee door de Amsterdamse grachten kunt varen. Het zet me aan het denken. Als een krolse kat deze frustraties al in me losmaakt, hoe moet dat dan als ik nachtenlang wakker gehouden wordt door een baby.

Een foto van toen ze nog niet krols was, als reminder aan mezelf om haar nu niet per direct naar het asiel te sturen

Toen mijn moeder 26 was, werd ik geboren. Als Zowie Zep van den Goorbergh zag ik met 3843 gram het levenslicht. Destijds woonde ze samen met mijn vader in een koophuis vlakbij het station van Breda. Mijn ouders hadden een hypotheek, een Fiat Panda, en allebei vaste banen. Op mijn leeftijd stonden ze aan het begin van een uitgestippeld verhaal. Beetje bij beetje werkten ze toe naar het klassieke ideaal van huisje-boompje-beestje. En daar zit ik dan: in mijn onderbroek met een krolse kat naast me GTA te spelen.

Bij de gedachte aan een klassiek volwassen leven zoals mijn ouders dat leiden, bekruipt me een onbestemd gevoel. Als kinderen of een koopwoning mijn gedachte passeren, steigeren mijn nekharen. Ik heb geen auto, geen hypotheek en ik ben niet getrouwd. Niets wijst erop dat ik ook maar aan de vooravond van het ‘grote mensen leven’ sta. Ik ben tevreden met mijn afgetrapte herenfiets, heb genoeg aan mijn sociale huurwoning nabij het centrum, en wil mijn vriendin voorlopig nog als ‘huisgenoot’ aan anderen kunnen introduceren. Voorlopig ben ik nog niet klaar voor het volwassen leven en ik ben daar volledig oké mee.

In de ogen van mijn ouders modder ik maar wat aan. Volgens maatschappelijke maatstaven modder ik waarschijnlijk ook maar wat aan. Als hoogopgeleide moet je voldoen aan een bepaald beeld dat de samenleving heeft geschetst. Er heerst een norm die zegt welke kansen er voor je liggen en hoe je deze kansen moet benutten. En als je niet aan deze norm voldoet, dan modder je blijkbaar maar wat aan. Maar wie of wat is die norm? En waarom mogen zij bepalen dat je maar wat aanmoddert?

Laat me lekker

Normaal?

"Weet je wanneer ik het aller trotst ben geweest op jou jongen? De dag dat je vertelde dat je ging starten als vuilnisman." zei mijn opa een keer tegen me. Toen ik na mijn afstuderen geen baan kon vinden, besloot ik niet bij de pakken neer te gaan zitten. Ik wilde mezelf nuttig te maken. Het maakte me niet echt uit hoe. Dus ik startte bij de afvalservice - als vuilnisman. Of het normaal was? Grote kans van niet. Maar na vier jaar in de collegebanken te hebben gezeten, wilde ik mijn bijdrage leveren aan de samenleving.

Onlangs zat ik weer in hetzelfde schuitje. Nu met twee jaar werkervaring op zak was ik op zoek naar een nieuwe baan. In een gesprek met mijn opa vertelde ik erachter te willen komen wat ik uit mijn carrière wilde halen. Ik zei dat ik mezelf wilde verdiepen in zoveel mogelijk dingen voordat ik een definitieve keuze kon maken. "Je moet gewoon alles aanpakken wat je aangereikt krijgt," zei mijn opa, toen hij hoorde van mijn sollicitaties. "Al start je weer bij de vuilnis, alles is goed." vervolgde hij. Ik keek mijn opa enigszins bedenkelijk aan. "Jaha," zei mijn opa, "je kan wel allemaal nootjes op de zang hebben, maar er moet wel brood op de plank komen."

"Maar, ik ga toch niet weer achter de vuilniswagen staan opa. Het is niet dat ik me er te goed voor voel, maar... mag ik niet iets veeleisender zijn met mijn diploma en ervaring?"

Er is niet zo gek veel veranderd

Ik neem mijn opa serieus. Het is zonde om niet van zijn fouten te leren. Zelf op je bek gaan is de beste leerschool, maar het lijkt mij efficiënter om te leren van de fouten van een ander. Toch zitten grenzen aan de wijsheden die ik ter harte neem. Hoewel ik veel van mijn opa wil leren, kan ik niet voorkomen dat als hij een half uur oreert over hoe hij zijn eerste baan als werkknecht verkreeg bij zijn ouweheer in dienst, ik af en toe een beetje afdwaal. Heel leuk en aardig dat advies, maar we leven inmiddels in een nieuw millennium. Ik kan niet bij een bouwbedrijf beginnen om stenen schoon te bikken en vanuit daar uit te groeien tot een gedragspsycholoog binnen een maatschappelijke instantie. Wat 50 jaar geleden normaal was, is inmiddels antiek. Een nieuwe tijd vraagt om een nieuwe aanpak.

Het gele verjaardagscadeautje om mee naar school te gaan, van mijn opa die de watersnoodramp nog meemaakte (Bestweter is overigens mijn oude pseudoniem)

Werken bij de afvalservice heeft me een hoop geleerd. Ondanks dat zou ik het niet voor een tweede keer doen. Vooral oudere mensen in mijn omgeving hadden respect voor de keuze die ik gemaakt had. "Ik vind het heel moedig van je." zei een man toen ik zijn kliko overhandigde. "Mensen zoals jij die met een Universitaire opleiding achter de wagen staan zijn zeldzaam. Jij hebt de wil om te werken. Als ik mijn bedrijf nog had gehad, was je meteen aangenomen." Mooie woorden zoals die van de meneer in kwestie sleepten me door een dag heen. Helaas dachten de werkgevers waar ik op gesprek kwam er anders over.

Zo ging ik op gesprek sollicitatiegesprek bij een marketingbureau in Amsterdam. Ze zaten aan 't IJ en maakten evidence-based website designs.

"Wat doe je momenteel voor werk?"

"Ik werk als vuilnisman in Breda." antwoordde ik. De mondhoeken van de eigenaar schoven geleidelijk omhoog. Je zag dat hij moeite deed zijn grimas te onderdrukken.

"Als vuilnisman ja? Kan je niks beters vinden dan dat joh?" zei hij nonchalant.

"Of ik nou achter een vuilnisauto sta of spullen sta te verkopen in een winkel. Uiteindelijk komt het op hetzelfde neer. En daarbij, ik kom hier niet zomaar op gesprek."

Drie slokken koffie later was het gesprek over.

Vanaf dat moment ben ik kritischer gaan kijken naar het advies dat dierbaren mij geven. Mijn opa's ongevraagde en enigszins onsamenhangende advies is goed bedoeld, maar het is duidelijk dat hij in een andere tijd is opgegroeid en weinig weet van hoe het huidige arbeidsklimaat in elkaar steekt. Het gevolg is dat ik afdwaal zodra hij begint te oreren over hoe het vroeger ging. Het is hetzelfde als iemand je adviseert om je was te doen op een wasbord, omdat dat 40 jaar geleden beter ging dan met alleen de hand. Er zijn nu wasmachines, drogers, en Zwitsal. Je kleren hoeven niet meer naar zand, groene zeep en soda te meuren. En zo is het ook met mijn opa's advies. Ik stel het op prijs, maar het is gebaseerd op een behoorlijk gedateerd referentiekader.

En waar ik weiger om te luisteren naar de wijze woorden van mijn opa, loop ik wel klakkeloos in het gareel van maatschappelijke verwachtingen. Als de maatschappij oplegt hoe ik iets moet doen en wat ik moet willen, volg ik die norm zonder pardon op. In feite is de maatschappij en haar heersende opvatting je opa en zijn oratie, maar de maatschappij is gehuld in een cape van sociale druk.

Zelf ben je ook geen expert op dit vlak, maar je bent in ieder geval beter gekwalificeerd om te weten wat jij wilt dan de collectieve gedachte van een groep onbewuste mensen bij elkaar. Voor iedereen - die net als ik - niet zo goed weet hoe hij zijn of haar carrière verder in wil richten of de mensen die twijfels hebben of ze wel de juist richting ingaan, hoop ik meer inzicht te kunnen geven in hoe ze op dit punt beland zijn en hoe ze de druk van de ketel kunnen halen. Jij bent niet de enige die maar wat aanmoddert.

Jij in je modderpoel

Tijdens onze studie hebben we altijd het idee gehad constructief te werken aan onze toekomst. Ieder jaar werden we opgezwolgen door het binnenslepen van die felbegeerde studiepunten. Alles stond in het teken van afstuderen, en het liefste met zo hoog mogelijke cijfers. Onze baan was ‘student zijn’ en dit was een fulltime aangelegenheid. Als student ben je eigenlijk een soort medewerker in opdracht van je baas, de Universiteit of Hogeschool. De baas zegt precies welke stappen je moet volgen om te kunnen slagen en die stappen volg je als medewerker trouw op. Maar wie neemt deze rol van baas over als je met je masterbul op straat staat?

Wat in je studententijd als macro-beslissingen voelden, zoals ‘hoe kan ik mijn opleiding succesvol afronden?’, zijn in retrospect micro beslissingen. Het pad richting afstuderen voelde als toewerken naar de grande finale. En nu je er eindelijk bent, lijk je volledig terug bij af te zijn. Je stelt jezelf nu vragen als: ‘Is dit het nou?’, ‘Wie ben ik precies?’, en ‘Wat wil ik uit het leven halen?’. Het zachte gras van de Universiteit of Hogeschool waar onze studententeentjes in genesteld stonden, wordt met ons slagen in één klap onder onze voeten weggemaaid. Waar je eerst werkte richting een duidelijk doel is nu niets meer zeker. Je weet niet precies wat je wilt doen, je weet niet hoe je er moet komen, je hebt geen werkervaring, en eigenlijk ben je gewoon super schraal.

En daar sta je dan aan het begin van je nieuwe volwassen leven, super onzeker te zijn met je zuurverdiende bul op zak. Er is geen Universiteit of Hogeschool meer om ons handje vast te houden. Nu komt het op jezelf aan. En je hebt totaal geen idee wat je moet doen.

Keuzes en compromissen

Er zijn mensen, zoals ik, wiens toekomst momenteel één grote waas is. Zij weten niet echt wat ze met hun carrière aanmoeten. Gaan ze hun passie volgen? Of gaan ze voor een lange reis? En, waar zijn ze eigenlijk goed in? Ze zitten met meer vragen dan antwoorden en weten niet echt meer wie ze willen zijn en wat ze willen doen. Andere mensen zijn wel een duidelijk pad ingeslagen, maar weten in hun hart dat hun roeping ergens anders ligt. Tot voor kort behoorde ik ook tot deze groep. Er is niet vervelender dan een berg te beklimmen en er halverwege achter komen dat je op de top van een andere berg moet zijn.

Naast al deze aanmodderaars zijn er ook nog de happy few die helder hebben wat ze willen en voor hun gevoel de juiste richting op gaan. Het is enorm verleidelijk om de situatie van deze groep gelukkigen te romantiseren. "Hoe fijn zo het zijn als ik ook een duidelijk doel voor ogen heb?" denk je bij jezelf. Maar hoe weten zij zo zeker dat dat hun ideale pad is? Er zijn ongetwijfeld momenten waarop ook deze personen zichzelf afvragen of dit wel echt is wat ze willen.

Keuzes maken is altijd moeilijk omdat het gaat over compromissen sluiten. Als we op professioneel vlak succesvol willen zijn, moeten we investeren en tijd inleveren op familie en vrienden. Waar mensen het grote geld achterna gaan, missen ze vaak weer een stuk zingeving in hun werk. De groep die ervoor kiest om hun passie te volgen, moet iedere maand weer de eindjes aan elkaar knopen. En mensen die een gezonde werk-privé balans verkozen boven carrière maken, kampen weer met veroordelingen van anderen en voelen zich schuldig niet alles eruit te hebben gehaald wat erin zit.

Aan iedere beslissing zitten haken en ogen. Veel wensen die je hebt staan in direct conflict met elkaar. Het is onmogelijk om aan alle verwachtingen te voldoen die opgelegd worden vanuit de maatschappij, je directe omgeving, en ook jezelf. Je diepste zelf tot in de kern kennen is niet makkelijk en gaat zeker niet automatisch. Het kost moed om toe te geven dat je het niet weet. We vinden het eng om diep in ons binnenste kijken en op zoek te gaan naar onze meest pure wensen. Vooral omdat alles wat jij tot op heden als zekerheid hebt gezien op losse schroeven staat. Naïef ontkennen dat jij geen problemen hebt en alles weet lijkt misschien de beste optie. Jouw persoon zal overeind blijven. Maar op een instabiele fundering kan je niets bouwen.

Hoe jij op zoek zou moeten naar wat je écht wilt

Kijk naar jezelf

De verantwoordelijkheid voor de manier waarop we ons leven indelen, hoe we onze levensstijl kunnen bekostigen, hoe we iets bij kunnen dragen aan de wereld, en in welke vorm we gestalte geven aan onze eigen persoon, ligt niet bij mensen die jou niet zijn. Het is jouw verantwoordelijkheid. Teveel bezig zijn met het waarmaken van verwachtingen die andere je opleggen, leidt af van wie jij echt bent. Alleen jij kan voor jezelf bepalen wat je uit het leven wilt halen.

Als we ons gedrag baseren op de norm, laten we ons leven indirect dicteren door mensen die zelf ook maar wat aanmodderen. Niemand weet precies wat de juiste manier van aanpak is. Iedereen doet maar wat. We houden onszelf allemaal bezig in de hoop dat het niemand opvalt dat we maar wat doen. Ondertussen raken we opgebrand omdat we proberen te voldoen aan onrealistische verwachtingen die gebaseerd zijn op idealen die buiten onszelf liggen.

We zijn super goed geworden in het verkopen van onszelf. Terwijl we in feite allemaal maar wat aanmodderen, is iedereen te trots om dit toe te geven. Meer, groter en beter is wat iedereen na lijkt te streven. Iedereen heeft last van prestatiedruk, maar we blijven elkaar vertellen hoe goed we het wel niet doen en hoe perfect ons leven wel niet is. Wordt het niets eens tijd om eerlijk naar onszelf toe te zijn en naar elkaar?

Wij mensen zijn vrije wezens - we willen altijd iets anders, hoe perfect ons leven ook lijkt te zijn. Vooruitgang is in dat opzicht een relatieve illusie. Wat perfect of beter lijkt, wordt volledig bepaald door wat jij belangrijk vindt op een specifiek moment in je leven. Er is geen objectieve maat voor perfectie. Het gras bij de buren is zo groen als jij wilt dat het eruit ziet.

Streven naar meer is geen doel an sich om gelukkig te zijn. Dat is iets wat de maatschappij niet lijkt te willen begrijpen. Relaties stranden na een jaar omdat de liefde na de wittebroodsweken niet meer aanwezig is . Blind gaan oude geliefden op zoek naar een nieuwe rush. We streven naar een hoger salaris zodat we meer kunnen kopen, om vervolgens de lat nóg hoger kunnen leggen. Wat we niet beseffen is dat dat niet normaal is en het ook nooit zal zijn. Het is een vergankelijk waanbeeld, ingegeven door een illusoire norm, die ons puur bezig houdt zoals een hersendode zombie op weg naar vers menselijk vlees.


Sorry voor deze dramatische wending. Ik heb een predispositie om alles met een dramatisch dun dun dun muziekje in mijn hoofd te oversprenkelen

Acceptatie van je huidige situatie is de eerste stap in een gelukkiger leven. Je jonge jaren zijn de tijd bij uitstek om erachter te komen waar je écht gelukkig van wordt. Neem de tijd om op je eigen tempo uit te zoeken wat je écht wilt. Laat je niet opjagen door de prestaties van mensen in je omgeving. Hoewel je weinig over de problemen van leeftijdsgenoten hoort, wil dat niet zeggen dat zij hun leven op orde hebben. Iedereen moddert maar wat aan. En dat is volkomen oké. Het wordt tijd dat we van de modder gaan houden.

We zijn teveel bezig met streven naar wat we niet kunnen krijgen,

doen wat we zelf niet willen,

om indruk te maken op mensen die indruk op ons willen maken.

Focus op tevredenheid,

leef voor jezelf,

vergelijk jouw leven niet met dat van anderen,

leer van de modder te houden

binnenkort te zien als oogtest in uw lokale Hans Anders 


Zowie Zep De Faam Breda

Het boeit letterlijk niemand iets wat jij doet

We laten de meningen van anderen onze levens dicteren. Voortdurend draait er op de achtergrond een achterhaald programmaatje met daarop onze irrationele en obsessieve obsessie met hoe anderen over ons denken. Het grappige is dat andere mensen veel te druk bezig zijn met zichzelf om zich te bekommeren om jou en je rare trekjes. Het boeit letterlijk niemand iets wat jij doet.

Dat lijkt misschien deprimerend, de gedachte dat 97,4% van de mensen niet met jou bezig is.

Maar eigenlijk is het heerlijk.

97,4% van de mensen zijn zo druk met zichzelf bezig zijn dat ze die pastasaus korst op je shirt niet eens zien als je langs dat tjokvolle terras loopt. En wist je dat mijn gezichtsuitdrukking hieronder zegt dat ik het super awkward vindt om in het openbaar te poseren, maar dat probeer te verbloemen door een lekkere nonchalante houding aan te nemen?

Voor beide gevallen geldt: stop met nadenken en start met gewoon doen 💪

Oké zelfhulp goeroe Zowiezep, dat is allemaal heel leuk en aardig, maar dit advies is nog onbruikbaarder dan de ondertiteling tussen [vierkante haakjes] bij series:

Of dit boek:

Most awesome youtube videos ever boek

Dat jij je zo druk maakt om wat anderen denken en vinden, heeft alles te maken met onzekerheid. En daar hoef je je absoluut niet voor te schamen. Je bent een mens en onzekerheid hoort bij mens-zijn. Wij mensen zijn eigenlijk één van de weinige ‘dieren’ die rationeel kunnen denken en verkeren daarbij ook nog eens in de luxepositie dat we kunnen denken over onze gedachten.

Dus je bent aan het denken, merkt vervolgens dat je aan het denken bent over iets, gaat vervolgens erover nadenken dat je aan het denken bent over iets waar ja over aan het denken bent, en uiteindelijk ben je zoveel aan het denken over denken dat je denkt dat je niet meer helder na kunt dunken. Mens zijn is geweldig.

Stel je voor dat je over dat drukke terras loopt en je wordt zelfbewust zodra je het eerste oogcontact met iemand heb gemaakt. Vanaf dat moment voel je alle ogen in je rug branden. Het is alsof de 384600000000000000000 megawatt aan zonnestralen op de 1m2  onder je voeten wordt geprojecteerd. Je voelt nu nog zelfbewuster. Vervolgens probeer je dit gevoel te onderdrukken, maar dat zorgt er alleen maar voor dat je nu nog bewuster wordt van je eigen aanwezigheid. Je wordt nu zelfs bewust van je eigen zelfbewustzijn. Op een terras met honderden mensen om je heen. Fuck! Nog meer potentiële ogen die op je gericht zijn?! Waar blijft mijn Gin Tonic? Iemand?!

Gelukkig zijn wij mensen inmiddels alweer zo’n 2 tot 4 miljoen jaartjes oud (ligt eraan of je de Australopithecus of de Homo habilis als je over-over-overgrootvader^999 rekent), waarmee ik wil zeggen dat sommige van onze primitieve emoties niet meer helemaal up-to-date zijn. Ik bedoel, je zit ook niet op het kledingadvies van je opa te wachten, die vraagt of je geld toe kreeg van de Kringloop om in die vintage Levi’s broek van €180,- te lopen. Dus waarom zou je jouw emoties wel laten leiden door een primitief stemmetje in je brein dat meer dan 2 miljoen jaar oud is.

Dit primitieve stemmetje in ons brein dat ons zo zelfbewust maakt, heeft totaal geen besef van hoe de wereld er tegenwoordig uitziet. Als je je oma weleens geholpen hebt met de vraag ‘hoe kan ik dan een Facebook mailtje op de website van iemand plaatsen’, weet je waar ik het over heb. Waarom laten we dit stemmetje dan wel de hele tijd aan het roer van ons breinschip staan?

Het begrijpen waarom dit stemmetje onze levens zo beheerst, is de belangrijkste stap in het temmen van onze onzekerheid. Laten we eerst eens kijken wat dit stemmetje ons zoal wijsmaakt:

STELLING #1

“Iedereen heeft het de hele tijd over me en ik hou er niet van als mensen achter mijn rug om de hele tijd over mij converseren.”

Fundamenteel onzin. Voor jou voelt het misschien zo:

Haribo gummy beer opvallen

In werkelijkheid is het zo:

Niet opvallend
Let's play 'where's Waldo' the unimpressive little red gummy bear (hint: he is there where nobody is interested in)

Het boeit letterlijk niemand iets wat je doet. Iedereen is veel te druk bezig met écht belangrijke zaken. Zoals na werk in de trein naar huis bellen om te vragen wat jullie over een kwartier gaan eten. Je mag eerder van geluk spreken als het iemand opvalt wat jij doet.

STELLING #2

“Ik moet mezelf eerst bewijzen voordat mensen me waarderen.”

Ik protesteer! Je kan niet een life-changing superheld in de ogen van sommigen zijn zonder een complete grap te zijn in de ogen van anderen. Sommige mensen mogen je wel en sommige mensen mogen je niet. Het is zo simpel. Maar echt.

Door jouw gedrag aan te passen aan de wensen van de mensen om je heen, maar je het jezelf onnodig moeilijk. Vooral als deze groep eigenlijk totaal niet bij je past. Vroeger was het misschien nog wel handig om de enige 30 mensen die je kende uit je stam een soort van te vriend probeerde te houden. Tegenwoordig loop je met deze aanpak vooral het risico mensen over het hoofd te zien die ertoe doen, terwijl je ontiegelijk druk bezig bent om iedereen die je niet mag tevreden te stellen.


Mijn gezicht als mensen beweren dat ik anderen tevreden moet stellen. 

STELLING #3

“Het heeft enorme consequenties voor mijn leven als mensen mij niet accepteren zoals ik ben.”

Pertinent onjuist. Wij mensen zijn supersterren in het visualiseren van verschrikkelijke toekomstscenario’s die zich in werkelijkheid nooit af zullen spelen. Mensen zullen altijd achter je rug om blijven praten. So what? Ben je ooit uitgegleden over een bananenschil omdat twee mensen vertelden hoe slecht je je aan je nieuwe dieet hield? Of heb je ooit een emmer verf gekopt toen je onder een ladder doorliep, omdat je vriendin bij een andere vriendin aan het klagen was omdat je die werkkamer nog niet in orde had gemaakt? Precies. Nuff said. 

Zolang al deze Telegraaf-achtige negatieve berichtgeving jouw oorschelpen niet bereikt zal het weinig impact hebben op je leven. Het heeft weinig zin om je druk te maken over de mogelijke negatieve gevolgen van iets dat zich ooit, misschien, in een potentieel negatieve toekomst af zou kunnen spelen. De mensen die poep praten over jouw leven zijn zelf vaak enorm onzeker en proberen zichzelf op een voetstuk te praten door jou verbaal ervan af te duwen.

Inbeelden dat jij het lijdend voorwerp bent in een veroordelend bloedbad tussen twee verwaande personen kan je witheet maken. Buiten het feit om dat vooral de gedachte heel irritant is, heeft het weinig direct effect op je. Bedenk je dat de oorzaak vooral ligt in het fragiele zelfbeeld van deze onzekere persoon in kwestie. Ga daarna lekker verder met wat je aan het doen bent: FUCKING AWESOME ZIJN!
Zowie Zep De Faam BredaIn mijn hoofd ziet dat er dan altijd ongeveer zo uit: FACKING AWESOME zijn - minus de awkward gesloten houding veroorzaakt door mensen in de gym naast me die zich afvroegen waarom ik zo veel te influency aan het doen was #boeitmeniet

Rustig aan Barney Stinson. Zo makkelijk werkt het niet. Het leven is geen how I met your mother afleving.

Het is fascinerend dat onze gedachten bepalen hoe we de wereld zien. En dat de manier waarop je de wereld ziet bepaalt wat voor ervaringen je hebt. En dat de ervaringen die je hebt je gedachten bepalen.  We zitten vast in een continue feedback loop die niet altijd even goed uitpakt voor onze zelfbeeld.

Gelukkig kan je met wat sturing snel grip krijgen op de negatieve vicieuze cirkels waarin je brein zich soms bevindt. Jezelf leren zijn is belangrijk omdat mensen iemand respecteren die zijn onzekerheid onder controle heeft. Het is helemaal niet erg om af en toe onzeker te zijn. Sterker nog, het maakt je menselijk, kwetsbaar en daarmee oprecht.

When I'm sad stop ik niet eventjes om awesome instead te zijn. Ik ben dan gewoon eventjes sad. Er is niks mis met het voelen van een fundamentele menselijke emotie.


Zowie Zep

Je niks aantrekken van wat anderen denken

“Waarom trek je 5 verschillende outfits aan voordat je de deur uit gaat? Is dat noodzakelijk?” – wat ik vraag aan iedere vrouw voordat ze de deur uitgaat

De eerste dag na de zomervakantie kwam ik op de middelbare aan. Mijn moeder had als verrassing nieuwe kleren voor me gehaald. "Om het schooljaar lekker te beginnen." zei ze. In een gele oversized ribbroek van Overzeas en een felgeel nauwzittend shirt met zwarte graffitistrepen erop kwam ik het klaslokaal binnen gelopen. Op dat moment nog onbewust van trauma dat me enkele minuten later bezorgd zou worden.

We hebben les in biologie. Meneer Kieboom staat voor de klas. De klas is rumoerig tot de aanwijzer van meneer Kieboom drie keer vinnig op het schoolbord tikt:  “dames & heren, het koffiekwartier is nu over. Laten we beginnen met de les.” Langzaamaan verdwijnt het geroezemoes naar de achtergrond tot er geen geluid meer hoorbaar is. Alle ogen zijn gericht op het bord.

“Vandaag bespreken we het rottingsproces van fruit door schimmels. Iemand enig idee hoe dit proces in zijn werk gaat?” De klas blijft angstvallig stil. Er worden wat schaapachtige blikken uitgewisseld tussen leerlingen. Na tien nerveuze seconden wordt de stilt opgebroken. Max steekt zijn vinger op en zegt “misschien kunt u het beter vragen aan die rotte banaan vooraan in de klas.”

De hele klas breekt in tranen uit van het lachen. Ik kijk om me heen en snap niet waar iedereen zo hard om moet lachen. Enigszins beschaamd kijk ik over mijn schouder de volle klas in. 34 jonge puberogen zijn op mij gefocust. Nog steeds begrijp ik niet wat er zo grappig was, maar dat ik in het middelpunt van belangstelling sta belooft in ieder geval niet veel goeds. Zit er misschien nog pindakaas op mijn shirt van vanochtend? Heb ik nog lipstick op mijn wang zitten? Mam, dit ga je toch niet menen... Of hangt er wc-papier uit mijn broek?

Ik bekijk mezelf nogmaals van top tot teen. En op het moment dat ik de gele situatie bespeur waar mijn lichaam zich in bevindt, dringt het besef tot me door: “Ik ben de rotte banaan…”

De realisatie sloeg in als een bom. Mijn leven was over.

Deze traumatische ervaring leerde me een belangrijke levensles – het kan levensgevaarlijk zijn om jezelf te zijn en je sociale imago moet te allen tijde met uiterste voorzichtigheid worden bewaakt.

Ik kan me voorstellen dat dit klinkt als iets wat alleen een getraumatiseerde tweedeklasser zou zeggen. Maar het rare is dat dit debacle tot op de dag van vandaag nog relevant is en niet alleen voorbehouden blijft aan een onderbouw scholier in een gecamoufleerd Chiquita pak.

En ze lachten zich krom. Dit was mijn spreekbeurt. Einde. 

“Wij mensen hebben een obsessieve en irrationele obsessie met wat anderen van ons denken. Het is een chronische paranoia die zich vast heeft gezet in het hart van het menselijk ras.” – melodramatische ikke (dun dun dun)

Hoe komen ik eraan, en vooral: hoe kom ik ervan af?

Om deze vraag te beantwoorden moeten we terug de collegebanken in voor een lesje evolutionaire biologie. Veel van ons gedrag is namelijk bepaald door wat er tienduizenden jaren geleden adaptief was.

Onze over the top obsessie met hoe anderen over ons denken is niet zomaar aan komen waaien. De basis voor deze sociale paranoia ligt in de tijd dat onze over-over-over999 grootvader nog in een kleine stam leefde. In die tijd was deel uitmaken van de stam cruciaal om te kunnen overleven. Zonder de bescherming van de stam was je min of meer ten dode opgeschreven.

Als je de goedkeuring van je stamleden niet genoot, dan was de kans groot dat je eruit getrapt werd – en er dus alleen voor stond. Dit hield in dat je al je eten zelf moesten fixen en je de bescherming van anderen ook op je buik kon schrijven. Geen ideale situatie om in te verkeren.

Je begrijpt waarschijnlijk ondertussen wel dat sociaal geaccepteerd worden prioriteit nummer #1 was. Lekker opgaan in de massa en de mensen in hogere posities tevreden houden was het belangrijkste. Waar neerkwam op jezelf vooral niet in de kijker spelen. Want, zodra je niet meer in de smaak viel, liep je het risico om afgewezen te worden en dood te gaan. Well that shit escalated quickly. 

Maar daar kwam het wel op neer. Als je op slechte voet stond met een stamleider kon je zonder pardon uit de groep gebonjourd worden en was je overlevingskans vrijwel nihil. En als je een romantische flater sloeg bij iemand van het andere geslacht, kon je dat nageslacht ook wel op je harige buik schrijven.

Evolutie doet alles met een reden. Uiteindelijk is het de bedoeling dat je zo goed mogelijk aangepast bent op je omgeving, zodat je de grootste kans hebt om te overleven. Hierdoor zijn wij mensen nog steeds zo overmatig geobsedeerd met hoe anderen over ons denken.


Denken aan hoe jij over me denkt

Hunkering naar sociale bevestiging

De maatschappij is inmiddels flink ontwikkeld over de afgelopen tienduizenden jaren. Waar onze angsten om afgewezen te worden er toen voor zorgden dat we op ons hoede waren voor gevaar, maakt het nu enorme pussies van ons. Want zeg nou eerlijk, waar loop je tegenwoordig nog het gevaar om verorberd te worden door een sabeltandtijger?

Misschien dat de Primark op een uitverkoopszondag in de buurt komt, maar het is nog steeds niet hetzelfde.

Wat ik wil zeggen is dat onze angst om niet goed genoeg gevonden te worden nu alleen nog maar verlammend werkt. Onze sociale overlevingsstrategie draait nog op primitieve hardware. En aangezien evolutie plaats vindt over duizenden jaren, duurt het nog wel even voordat we over een update beschikken.


Hallup? Nee niemand?

Zucht. Dan zullen we het toch echt zelf op moeten lossen. Met ons Windows 95BC processortje.

Sonja Bakker voor je brein

Het is mogelijk dat je nog steeds het idee hebt dat dit verhaal niet voor jou opgaat. Dat je op Instagram per toeval een zelf-verheerlijkend, perfect sociaal wenselijk zelfbeeld hebt gemodelleerd. Of dat je zomaar, in het bijzijn van anderen, ieder fantastisch verhaal nog net iets fantastischer moet maken.

Als ik naar mezelf kijk ben ik de grootste Sonja Bakker van ons allemaal. Ik vernoem mijn website niet zomaar naar mezelf om er vervolgens alleen maar selfies op te plaatsen. Deze sociale honger moet nodig gestild worden. Dat wordt lekker met z'n allen #sonjabakkeren.

De honger naar sociale bevestiging is namelijk niet zomaar gestild. Wij mensen zijn onverzadigbaar. Maar hoe kunnen we er dan voor zorgen dat onze sociale bevestiging niet bezwijkt onder een blinde voedingsdrift?

Drie tips:

  • Leer jezelf te vinden – heel cliché maar soul-searching is precies wat je op dit moment nodig hebt. Je moet erachter komen wie jij werkelijk bent en wat jij wilt in het leven. Dit houdt ook in dat je weet waar je bang voor bent en goed in bent. Maar vooral ook op welke punten in je leven duidelijk verandering nodig is om vooruit te komen.
  • Realiseer dat het letterlijk niemand iets boeit wat je doet. Mensen zijn veel te druk met zichzelf bezig om zich te bekommeren om jou en je rare trekjes. Probeer mensen dus ook niet overmatig te pleasen en trek je niet teveel aan van wat anderen over je zeggen. Als je deze blog leest bestaat er een grote kans dat je geen dick bent. Je bent hier immers omdat je jezelf wilt verbeteren. Bovendien verkeer je in 99.99% van de gevallen niet in dezelfde ruimte als de roddeltantes in kwestie, <gayvoice> so why care. Like, seriously </gayvoice>. 
  • Start met jezelf zijn. En dan heb ik het over je echte ‘ik’. Niet de ‘ik’ die mensen waarvan je houdt of indruk op wilt maken willen zien. Trek je kleren uit en spring full commando in de zee van het leven. Aanvankelijk zal het onwennig voelen, maar uiteindelijk bestaat er niets dat meer bevrijdend is dan een zachte schrompelige worm onder te dompelen in een oneindige zee aan kansen (dames dit is slechts beeldspraak, voel je vrij om een surfmossel analogie te gebruiken).

Niet inzitten over wat anderen van je vinden is makkelijker gezegd dan gedaan. We willen allemaal graag van onszelf geloven dat het ons niks boeit, maar diep van binnen raakt het ons allemaal. Hoewel het gevoel waarschijnlijk niet weg zal gaan, kunnen we er wel mee om leren gaan.

Door anderen te laten bepalen hoe jij je moet gedragen geef je ze veel te veel controle over je zelfbeeld. Vertrouw op je eigen intuïtie (hoe vaag dat soms ook voelt), kom je angsten onder ogen, besef dat ze irrationeel zijn en begin met het zijn van jezelf.


Vastzitten of vooruit gaan

Tot voor kort zat ik vast. Ik had helemaal niets gedaan en toch zat ik vast. Alles ging precies zoals het altijd ging. Er leek niets aan de hand te zijn. Tot ik werd gepakt. Weken gingen voorbij zonder dat iemand iets van me hoorde. Van binnen leek er iets in mij gestorven. Ik wist niet hoe ik vanuit hier verder moest.

Nee, ik zat niet in een gevangenis. Waarom zou je zo laag over mij denken? Iets anders hield mij vast. Ik zat gevangen in de status quo. Alles schreeuwde om verandering maar er veranderde niets. Een aantal van jullie zullen mij waarschijnlijk kennen onder mijn pseudoniem Bestweter. Onder dit alias schreef ik onsamenhangende stukjes schreef over alles wat mij interesseerde. Het maakte me niet zoveel uit of het anderen ook interesseerde. Ik schreef gewoon en duwde het via social media door ieders 'fucking strot' heen. Ik schreef alleen over wat ik zelf wilde. Wat was ik toch lekker eigenzinnig.

Deze punky benadering van bloggen legde mij voornamelijk windeieren. Mensen begrepen mij niet, terwijl ik eigenlijk juist naarstig op zoek was naar validatie. Mijn eigen dingen doen was bovengeschikt aan alles. Commercie vond ik maar een vies woord en ik maakte dingen opzettelijk minder mooi. Zo tekende ik opzettelijke alle afbeelding op mijn website als een 4e groeper. Authenticiteit stond centraal in alles wat ik deed. Ik wilde anders zijn. Mijn blog was een dikke middelvinger richting alles wat met perfectie te maken had.

Als schrijver wil je gelezen worden. Wat is het punt van jouw visie op de wereld delen als niemand interesse heeft om het te lezen? Veel schrijvers zijn eigenlijk narcisten die vooral op zoek zijn naar validatie van hun eigen unieke intellect. “Ik ben aan het ‘bloggen’, want hallo wereld, ik weet dingen en heb een mening weet je wel.” Ze willen horen dat ze dingen goed doen. Ieder artikel is een zucht naar dat goedkeurende knikje van mensen in de vorm van een like.

instemmend knikje

Zelf moest ik altijd kotsen van mensen die zichzelf uniek vinden. En vooral de groep die te koop loopt met hun eigen uniciteit en intellect. “Waarom zou je ieder half uur een foto van jezelf op Instagram zetten?” vroeg ik me dan af. "Wat heb je aan mijn virtuele goedkeuring van jouw mooie gezicht? Leuk dat je de genenloterij hebt gewonnen, maar moet je dat dagelijks inwrijven bij iedereen om je heen."

Schrijven komt in feit op hetzelfde neer. Jij vindt jouw visie op de wereld geweldig en wilt dat delen met de wereld. Is dit vreemd? Ik denk het niet. De drang naar validiteit zit verankerd in ons DNA. Mensen zijn groepsdieren. Altijd al geweest. In prehistorische tijden hadden we elkaar nodig om te overleven. En hoewel er tegenwoordig nauwelijks meer levensbedreigende situaties bestaan in onze veilige kapitalistische wereld, is de need to belong nog altijd even sterk aanwezig. Misschien nog wel sterker.

"waarom zou ik niet gewoon toegeven aan mijn biologische behoeftes? Als je moet dan moet je." - Ik

Ik ben zowiezep.nl begonnen om te kijken naar wat ik écht wil. Het leven is al moeilijk zat. Waarom zou ik het nog moeilijker maken door tegen de stroming in te zwemmen. Zelf hecht ik enorm veel waarde aan eerlijkheid en transparantie. Ik wil groeien. Stilstaan is achteruitgang. Maar het is niet makkelijk om altijd te blijven bewegen. Hopelijk is mijn nieuwe blog een eerste stap in de goede richting.

Volwassen worden is al moeilijk zat. Laten we het niet moeilijker maken dan het is.